Anderen merken het heus niet (altijd) aan je, maar onder de oppervlakte ben je boos. Vaak en veel en het vreet energie en verteert je.
Terwijl je vriendelijk glimlacht naar de zoveelste persoon waar je ‘ja’ tegen zegt hoewel je eigenlijk een keiharde ‘nee’ voelt, borrelt het vanbinnen van de frustratie.
Op wie je nou eigenlijk boos bent, weet je misschien zelf niet eens. Op anderen, omdat ze je altijd weten te vinden met hun hulpvraag?
Of op jezelf, omdat het je maar niet lukt om je grenzen aan te geven of om zélf eens te vragen of te ontvangen?
Boosheid is heel vaak eigenlijk helemaal geen boosheid, maar gestold verdriet of machteloosheid.
Verdriet voelen doet echter veel meer pijn dan kwaad zijn – en dus kun je beter boos zijn bij wijze van beschermingsmechanisme.
Wil je van je boosheid af? Van machteloos naar de touwtjes in handen? Je weet me te vinden.

