Op je tenen lopen
Je hebt het nooit zo benoemd, maar je kent het gevoel al je hele leven: op je tenen lopen. Alsof de vloer onder je elk moment kan kraken. Vroeger thuis hing iets onzichtbaars in de lucht. Emoties waren er wel, maar ze mochten niet hardop bestaan. Verdriet werd ingeslikt, boosheid weggewuifd. Wie te veel voelde, werd te veel.
Je ontwikkelde een scherp afgestelde antenne, altijd gericht op de ander.
Was mama moe? Dan was jij rustig. Was papa gespannen? Dan verdween je naar je kamer. Je wist feilloos wat nodig was om de vrede te bewaren, of om de verbinding niet te verliezen.
Langzaam nestelde zich een overtuiging in jou, zonder woorden maar hardnekkig aanwezig: als ik mezelf ben, raak ik je kwijt. Of mag ik er niet bijhoren.
Dus werd je flexibel, meegaand, voorzichtig. Je paste je aan, maakte jezelf kleiner, zorgde dat niemand last van je had. Dat voelde veilig.
Nu je volwassen bent, merk je dat je lichaam nog steeds dezelfde beweging maakt. Op je werk, in relaties, zelfs bij vrienden. Altijd alert. Altijd afgestemd.
Je bent goed in aanvoelen wat anderen nodig hebben, maar vergeet te luisteren naar jezelf.
Ooit was het een overlevingsstrategie, een manier om liefde vast te houden, maar nu mag je leren dat je er mag zijn, precies zoals je bent.
Je bent van harte welkom om aan dat stuk van jezelf te werken.
Ik sta naast je, met een open blik en een warm hart
